Cannabis als banenmotor

30 May 2021

Hoeveel mensen werken in de Nederlandse cannabissector is nooit echt onderzocht


In de VS en Canada wordt sinds 2017 bijgehouden hoeveel nieuwe banen de legale cannabissector oplevert. De cannabisindustrie is een enorme banenmotor in de VS. Dat roept de vraag op hoe dat in Nederland zit. Officiële cijfers zijn er niet. Maar schattingen kunnen een idee geven. Het wietexperiment maakt dit soort data extra relevant.

Onderzoeksbureau Intraval publiceerde in 2004 het rapport ‘Preventieve Doorlichting Cannabissector’. In dat onderzoek werd gekeken of coffeeshops, growshops én smartshops kwetsbaar zijn voor verwevenheid met georganiseerde criminaliteit. Volgens Intraval waren er toen 1190 vestigingen, waarvan 752 coffeeshops en 341 growshops. Het onderzoek laat zien dat de onderzoekers destijds weinig zicht hadden op de wijze waarop de cannabismarkt is georganiseerd. Ze schrijven: ‘De meeste ondernemers in deze branche zijn kleine zelfstandigen. Ruim tachtig procent van de ondernemingen in de cannabissector bestaat uit één vestiging. In de meeste winkels is een eigenaar met enkele werknemers werkzaam. In totaal zijn er naar schatting 4600 personen in de cannabisbranche werkzaam, waarvan het grootste deel in de coffeeshops.’ Dat zou betekenen dat er slechts 3 á 4 personen per shop werkzaam zijn. Dat lijkt me aan de lage kant. Veel coffeeshops zijn zeven dagen per week van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat open. Dat betekent dat er per dag twee ploegen werken. Verder lijkt het erop dat ze voorbij zijn gegaan aan het feit dat er bij (vrijwel) elke coffeeshop ook mensen werken die de producten inkopen en verwerken tot gebruikershoeveelheden. Kortom, de schatting van 4600 is een flinke onderschatting. Zonder te overdrijven mag je tegenwoordig uitgaan van een verveelvoudiging hiervan. De meeste coffeeshops zijn kleine bedrijfjes.

Checkpoint

Kijk bijvoorbeeld naar coffeeshop Checkpoint in Terneuzen. Toen die in 2008 dichtging stonden er in één klap bijna 100 werknemers op straat; de plaatselijke Sociale Dienst draaide overuren. Drie jaar na dato had een groot deel van die mensen nog steeds geen andere baan gevonden. Checkpoint was natuurlijk van een ander kaliber, maar tientallen werknemers is tegenwoordig geen uitzondering voor een coffeeshop. Uit de scriptie die Martijn Huigen in 2008 schreef, valt af te leiden dat er qua personeelsomvang grote verschillen tussen coffeeshops zijn. Van de acht ondernemers die hij interviewde hadden er twee minder dan tien werknemers, drie tussen de 10 en 50 werknemers en twee meer dan 50 werknemers.

Buitendienst

Een deel van die werknemers werkt in de zogenoemde ‘buitendienst’. Dat zijn de werknemers die zich bezighouden met het klaarmaken van producten voor de verkoop. Daarbij kun je denken aan het afwegen, inpakken gebruikershoeveelheden in zakjes en het maken van voorgedraaide jointjes. Maar ook de ‘runners’, de werknemers die de producten vanuit de stash naar de winkel brengen, vallen hieronder. Een kleine rondvraag onder coffeeshopondernemers leert mij dat er zo’n 3 á 4 personen per shop in de buitendienst werken. Voor 570 coffeeshops betekent dit dat er op dit moment alleen al zo’n 2000 mensen in de buitendienst werkzaam zijn.

Growshops

De schatting die Intraval in 2004 maakte van het aantal growshops kwam aardig in de buurt. Ik heb zelf een keer een poging gedaan aan de hand van advertenties in de Highlife Guide. Ik telde in 2005-2006 zo’n 200 groothandels en 375 growshops in Nederland. Officieel mochten growshops alleen maar kweekbenodigdheden, zoals zaden, groeilampen, koolstoffilters, bakken, aarde, voedingsstoffen, bestrijdingsmiddelen, hydromatten, ventilatiesystemen, waterinstallaties, schakelinstallaties, pH-meters en thermometers verkopen. Growshops zijn sinds 1 maart 2015 grotendeels uit het zicht verdwenen, toen de voorbereiding van beroepsmatige en/of grootschalige hennepteelt strafbaar werd gesteld. De growshops die nog open zijn houden zich verre van illegale praktijken en richten zich uitsluitend op kleinschalige hobbytelers. Veel van de materialen die growshops verkopen zijn in principe ook in tuincentra of groothandels te koop, met het verschil dat in de growshop alle spullen bij elkaar staan die je nodig hebt voor het kweken van wiet. Nu worden ook veel spullen via internet aangeboden. Hierdoor is het lastig om zicht te krijgen op het aantal mensen dat in of voor de cannabisindustrie werkzaam is. Veel jobs worden niet op die manier geregistreerd. Het gaat vaak om materialen die ook gebruikt worden voor het telen van andere gewassen.

Overige bedrijven

De Highlife Guide van 2006-2007 vermeldde daarnaast 27 zadenbedrijven. Dat zijn er inmiddels een kleine veertig en die verschillen zeer qua omvang. Er zijn kleine waar een paar man werkzaam zijn en middelgrote bedrijven waar enkele tientallen personen werkzaam zijn. Daarnaast zijn er in Nederland nog verschillende cannabis-gerelateerde tijdschriften en websites en bonden. Het aantal personen dat werkzaam is in de illegale productie en verkoop van cannabisproducten is niet bekend. We hebben dus eigenlijk alleen maar zicht op het personeel dat werkzaam is in de coffeeshops, growshops en zadenshops en zelfs dat beeld is verre van compleet. Alle andere werkzaamheden vinden net als in alle andere landen waar cannabis een illegaal product is in de verborgenheid plaats. Met de start van het experiment zal pas zichtbaar worden hoeveel mensen er eigenlijk werkzaam zijn in deze branche en hoeveel potentie deze industrie heeft. Een belangrijk deel van die werkzaamheden vindt nu ook al plaats. Het is alleen niet zichtbaar in de statistieken omdat die werkzaamheden ondergronds plaatsvinden of niet als zodanig worden geregistreerd omdat niet duidelijk is dat deze personen (deels) voor de cannabisindustrie werkzaam zijn.

Gevolgen door wietexperiment

De mensen die nu werkzaam zijn in de ‘buitendienst’ van de experiment coffeeshop zullen hun baan waarschijnlijk gaan verliezen, omdat deze werkzaamheden niet meer in de coffeeshop mogen plaatsvinden. De overheid heeft bepaald dat experiment coffeeshops alleen gesealde cannabisproducten mogen verkopen. Het afwegen en inpakken vindt dus bij de producent plaats. Ook mag er geen voorraad elders liggen. Alle producten liggen dus in de coffeeshop of bij de producent. Hierdoor zullen ‘runners’ overbodig worden. Wellicht dat een deel van die mensen bij de legale telers aan de slag kan, maar het zal voor velen van niet makkelijk zijn om een nieuwe job te vinden.

Nieuwe functies

Daarnaast ontstaan nieuwe functies, bijvoorbeeld op het gebied van onderzoek en testen en er zullen banen bij de overheid en veiligheidsbedrijven bijkomen voor beambten die de ‘nieuwe’ industrie moeten controleren met in hun kielzog allerlei adviseurs en managers. En uiteraard zal een bonte stoet van ondernemende types de nieuwe industrie aangrijpen om allerlei nieuwe producten op de markt te brengen waarin cannabis verwerkt is, zoals edibles en voedingssupplementen. Levert het wietexperiment in Nederland nieuwe banen op? Het antwoord is: Ja. Maar het levert vooral ook meer transparantie op over de werkzaamheden die tot nu toe buiten het zicht blijven van de overheid. Daarnaast leidt het ook tot het verlies van ‘zwarte banen’ in de sector, met name aan de ‘achterdeur’. Anders gezegd: Er komt meer officiële werkgelegenheid en meer nieuw soortig werk in de sector, en er zal minder zwart werk zijn.

Drukte op de Highlife Hennepbeurs in 2004

“In 2005 zeker 50.000 cannabisbanen, nu gehalveerd” Ik vroeg Rob Tuinstra, hoofdredacteur van Highlife sinds 2020, of hij tot een schatting wilde komen. Hij berekent dat er op het hoogtepunt van de cannabisindustrie, rond 2005, minstens 30.000 banen in de sector waren: “Als je kijkt naar de aantallen coffeeshops, growshops, headshops, groothandels, zadenbedrijven, noem maar op, dan is zelfs dat nog een voorzichtige schatting. En dan komt het informele circuit er nog bij, de aanvoer van de cannabis voor de gedoogde coffeeshops. Plus de banen die door de cannabissector zijn geschapen in bijvoorbeeld het toerisme, de transportsector, de schoonmaakbranche of de financiële sector. Ik kom dan op 50.000 banen. En dat is opnieuw een voorzichtige schatting. Minstens de helft daarvan is verdampt door het cannabisbeleid in Nederland. De afbraakpolitiek van alle centrumrechtse regeringen ten opzichte van cannabis is niet alleen moreel absoluut onaanvaardbaar, maar financieel is het ook een beleid van enorme gemiste kansen.”