Fake it till you make it!

12 Sep 2016

Opsporingsdiensten van de politie zijn structureel overvraagd en onderbezet. Een groot deel van de zaken die de politie ter ore komt blijft daardoor onopgelost. Dit is de conclusie van een onderzoek naar het functioneren van deze opsporingsdiensten. Het onderzoeksrapport ‘Handelen naar waarheid‘ bevat een schat aan informatie over successen en onwelgevallige werkelijkheden.


Opsporingsdiensten van de politie zijn structureel overvraagd en onderbezet. Een groot deel van de zaken die de politie ter ore komt blijft daardoor onopgelost. Dit is de conclusie van een onderzoek naar het functioneren van deze opsporingsdiensten. Het onderzoeksrapport ‘Handelen naar waarheid‘ bevat een schat aan informatie over successen en onwelgevallige werkelijkheden. Zo nu en dan sijpelt er wat door over problemen in de politieorganisatie, maar meestal wordt dat soort berichten onmiddellijk de kop ingedrukt. Deze keer lukte het niet om grote koppen in de media te vermijden. In het rapport schetsen onderzoekers een ontluisterend beeld van de opsporingsdiensten bij de politie. Behalve de structurele onderbezetting van de diensten en de daarvoor benodigde informatieafdelingen, is er sprake van een gebrek aan leiderschap, visie, kwaliteit en vakmanschap. De verschillende afdelingen werken onvoldoende samen, waardoor informatie niet wordt gecombineerd of twee afdelingen zonder het van elkaar te weten met eenzelfde zaak bezig zijn. De ICT afdeling is bovendien suboptimaal. Als je het rapport leest verbaas je je dat er überhaupt nog politiezaken worden opgelost.

Levenslange baangarantie

Een van de belangrijkste oorzaken is het knellende personeelsbeleid. Als je het niet al te bont maakt, dan heb je bij de politie een levenslange baangarantie. Het gevolg is dat niet altijd de beste mensen op de juiste plekken zitten. Daar hebben ze met name op de informatieafdelingen van de politie veel last van. Beschikbaarheid gaat voor geschiktheid. Daardoor komen oudere medewerkers op die afdelingen terecht, terwijl ze niet of nauwelijks verstand hebben van de nieuwste ontwikkelingen op ICT-gebied. De gemiddelde leeftijd bij informatieafdelingen is maar liefst 49 jaar! Er is meer en ander vakmanschap nodig, stelt het rapport. De politie loopt hopeloos achter omdat er te weinig geld wordt uitgegeven aan research en development. Het ontbreekt aan mensen die breed kunnen kijken en die beschikken over de nodige dosis conceptuele denkkracht en schrijfvaardigheid. En de politie heeft nauwelijks personeel in huis die big data kunnen analyseren. Traditionele medewerkers werken nog met grote hoeveelheden Excelsheets, terwijl er software programmaatjes zijn waarmee je data eenvoudig kunt sorteren en afwijkingen van het normale patroon kunt constateren.

Kantelperiode

In de jaren negentig is veel aandacht uitgegaan naar drugsproblematiek en overlast. Daardoor is de informatiepositie van de politie over georganiseerde criminaliteit gering. In de sterk digitaliserende samenleving kunnen criminelen van een afstand hun slag slaan. De ontwikkelingen gaan zo snel dat volgens deskundigen geen sprake meer is van een tijdperk van verandering, maar van een verandering van tijdperken, een zogenaamde kantelperiode. In deze tijd is ICT-kennis cruciaal. De politie probeert zich aan te passen aan de nieuwe ontwikkelingen, maar het gaat veel te traag. Grote vraagstukken als jihadisme, vluchtelingen en cyberbedreigingen vragen om een andere aanpak en een duidelijke visie. En die ontbreekt.  

Zelfverloochening

Het besef dat er te weinig capaciteit is bij de opsporing en dat de politieorganisatie niet klaar is voor nieuwe vormen van criminaliteit zoals internetfraude, is binnenhuis volop aanwezig. Maar onder druk van de politiek wordt de politie gedwongen om voor de buitenwereld uit te stralen dat ze de boel onder controle heeft. Fake it till you make it! Door de intensieve bemoeienis van de politiek is een fors deel van de politie bezig met zich verantwoorden naar boven. Hoe dekken we ons in voor de volgende onthulling? In het rapport is te lezen dat opsporingsdiensten buitengewoon worden belast door “een hijgerig departement van waaruit grote hoeveelheden ambtenaren de voordeur bij de politie platlopen op zoek naar verantwoording op detailvragen.” Er is geen ruimte voor een openlijk debat over tekortkomingen. In de politiek ligt de nadruk op framen en spinnen, ofwel het “slim, veilig en mediageniek inpakken van een ongemakkelijke boodschap uit vrees voor de implicaties van de eigenlijke boodschap.” Volgens de onderzoekers past dit niet bij de opsporingsdiensten waar het gaat om handelen naar waarheid. Het framen en spinnen waartoe de politie wordt aangezet komt in feite neer op zelfverloochening.

Magere effectiviteit

Alsof dit allemaal al niet dramatisch genoeg is, speelt er nog een ander probleem. Veel strafzaken lopen op niets uit. Slechts 15% van de zaken die moeten worden opgepakt, leidt uiteindelijk tot een strafrechtelijke vervolging. Er worden verschillende oorzaken genoemd. Allereerst zouden rechters minder bereid zijn om straffen op te leggen voor overtredingen rondom hennepteelt omdat zij het softdrugsbeleid als inconsequent zien. Letterlijk schrijven de onderzoekers: “Dit is niet langer een opvatting van enkele individuele rechters, maar in toenemende mate het beleid van rechtbanken en ook gerechtshoven.” Een tweede oorzaak is dat advocaten de doorlooptijd van strafzaken kunnen verlengen door om aanvullend onderzoek te vragen. Dat leidt vaak tot strafvermindering en legt bovendien extra beslag op capaciteit van de politie en het Openbaar Ministerie (OM), wat uiteindelijk de kans op fouten doet toenemen. Dat geldt met name in zaken waarbij onderzoek in het buitenland nodig is (zoals de zaak van oud-eigenaar van de The Grass Company Frans van Laarhoven). Dat is kostbaar en tijdrovend. De kwetsbare logistiek van de strafketen is een derde oorzaak: er zijn lange doorlooptijden, geplande zittingen vallen vaak uit en zaken worden regelmatig aangehouden of terugverwezen. Al met al een droevig beeld. Opsporingsambtenaren hebben daardoor weinig vertrouwen in de strafketen. Ze vinden de eisen die aan het bewijs worden gesteld te hoog en de opgelegde straffen te laag. Dit leidt tot een slechte relatie tussen het OM en de politie. Soms geeft het OM van tevoren al aan dat een zaak nooit zal leiden tot strafrechtelijk vervolging. Desondanks vraagt zij de politie dan om de zaak op te pakken om een signaal aan de verdachte te geven dat hij of zij in de gaten wordt gehouden.

Frustratie

De frustratie over de magere effectiviteit lijkt tot een existentiële crises bij de politie te leiden. Opsporingsambtenaren zoeken compensatie in buitenrechtelijke afdoening. De impact van interventies zoals doorzoekingen en inbeslagnames wordt als meer effectief ingeschat dan een tijdrovende vervolging en rechtsgang, waarvan de uitkomsten ongewis zijn. In hennepzaken betekent dit bijvoorbeeld dat de politie de afgelopen jaren meer gericht is op het opeisen van onwettig verkregen vermogen en schikkingen in plaats van vervolging en berechting. De verdachte krijgt dan de keuze om afstand te doen van zijn auto, akkoord te gaan met werkstraf en/of het betalen van een schadevergoeding aan de gedupeerde.

Ondermijning

Om toch voldoening uit hun werk te halen doen opsporingsdiensten steeds vaker snelle interventies waarbij niet altijd alle protocollen in acht worden genomen. Soms is dat erg effectief. Zo werden er in Brabant in februari 2016 27.000 stekjes van wietplanten in beslag genomen. Daarmee werden 165 hennepkwekerijen bevoorraad. Dat was evenveel als het hele jaar daarvoor. Op de taps hoorde de politie Brabantse kwekers klagen over de prijs van de stekken. Die was inmiddels 7,50. In 2014 was dat nog 1,90. Een slag voor de wietsector, dus effectief. Maar het is niet helemaal volgens de regels van de rechtsstaat, waarin de rechter en niet een gefrustreerde opsporingsambtenaar bepaalt of iemand schuldig is en welke straf daarbij hoort. Zo leidt een inefficiënte politieorganisatie tot een ondermijning van ons rechtssysteem. Dit wordt ook benadrukt in het rapport: “Binnen het Nederlandse strafrechtssysteem beoordeelt de rechter of een verdachte schuldig is en of de gepleegde feiten strafbaar zijn, om daarna de strafmaat te kunnen bepalen.” En dus niet een gefrustreerde opsporingsambtenaar.