‘Wietexperiment is niet om roken van wiet te stimuleren’
De buitenlandse interesse om te investeren in bedrijven die telen voor het wietexperiment is een bewijs dat het vertrouwen groot is. Aldus stelt de burgemeester van Breda, Paul Depla: ‘Het bevestigt voor mij de economische potentie. Je doet het niet als het een zieltogende markt is die gedoemd is te falen.’
In tegenstelling tot politici uit de Tweede Kamer die in ferme commentaren de geplande overname van CanAdelaar door Cronos (dat weer in handen is van Altria, het moederbedrijf van Philip Morris USA) uiterst zorgelijk vinden, of zelfs vragen om een eind aan het wietexperiment, is Depla in een gesprek met Binnenlands Bestuur minder pessimistisch: ‘Regulering van de verkoop van wiet leidt niet tot aanpassing van de criteria. In Breda mag je geen reclame maken als coffeeshop of voor cannabisgebruik. Ik zie dat ook niet veranderen.’
Depla: Gereguleerde markt voorkomt commercialisering
Want, aldus Depla: ‘Het blijft een gereguleerde markt. Je kunt voorwaarden stellen aan degene die de vergunning krijgt, dus ik zou zeggen: regel het goed in de voorwaarden. Dan voorkomt het de commercialisering.’ Bovendien is de doelstelling van het wietexperiment duidelijk. Depla: ‘Het is gericht op een gesloten keten om gezondheidseffecten goed te beheersen en geen ruimte te laten voor criminaliteit. De doelstelling is niet om het roken van wiet te stimuleren.’ Daarvoor zijn strenge regels opgezet, zoals onder andere verbod op elke vorm van reclame tot strenge voorschriften over hoe de producten verpakt moeten worden. Depla: ‘Telers gaan zich ook niet presenteren, zij mogen geen reclame maken. We moeten stevig aan de preventiekant blijven staan en affichering voorkomen, ongeacht de vraag wie de eigenaar van de teler is.’
Depla is altijd een groot voorstander van het wietexperiment geweest
Depla is altijd een groot voorstander van het wietexperiment geweest. Al in 2021 fulmineerde hij tegen het CDA die de wietproef niet wilde invoeren: ‘Je kunt zeggen: ik ben tegen cannabis, ik vind het jammer dat mensen het gebruiken. Maar dat staat los van de vraag of je dit experiment een warm hart toedraagt. Als ik de CDA lijsttrekker hoor zeggen: ik ben tegen drugscriminaliteit, dus ben ik tegen de proef, dan denk ik echt: kom uit je McKinsey toren, want dan weet je niet waar je over praat. Het gaat namelijk helemaal niet over het vergemakkelijken van het gebruik, het gaat om het tegengaan van illegale productie.’