Komodo

19 Jun 2021

Wiet is vooral chill tijdens het creatieve proces

Mocht je denken dat de band Komodo is vernoemd naar de gelijknamige wietsoort: dat is dus niet zo. Maar evengoed zijn er liefhebbers van een blowtje in deze vintage exotic rock ’n roll muziekgroep, bekend van o.a. hun energieke live optredens.
Highlife doet dit interview met frontman Tommy Ebben, en de wietfans van de band: multi-instrumentalist Menno Roymans en percussionist Massimo Bombrini. Komodo werd een aantal jaar geleden opgericht door de broer van de percussionist, Gino Bombrini, nadat hij en Tommy elkaar hadden leren kennen op nachtelijke jamsessies in Utrecht. Hun eerste, spontaan gemaakte nummer Bengali Crown smaakte naar meer en het duurde niet lang of het eerste album getiteld Komodo was een feit.

Live-band

Tommy: “Gino speelde hiervoor in de band Skip & Die en ik maakte vooral muziek onder mijn eigen naam. Toen we eenmaal genoeg songs hadden gemaakt en we werden gevraagd voor optredens, zijn we een live-band gaan samenstellen. Die heeft inmiddels wat wisselingen gehad; zelfs Gino is niet meer onderdeel van de live-band. Maar hij werkt nog wel steeds mee aan songs.”

Fanaten

“Naast mezelf op zang en gitaar speelt Jody van Ooijen drums, Joris Ram doet bas en achtergrondzang, en Menno Roymans is het manusje van alles die naast gitaar en zang ook bouzouki, dwarsfluit en percussie speelt. Massimo Bombrini, de jongere broer van Gino, speelt ook percussie. Menno en Massimo zijn trouwens met afstand de grootste wietfanaten in onze band.”

Vintage exotic

Bij Komodo beginnen ze altijd met een kale drumbeat, en vanuit daar bouwen ze een song laagje voor laagje verder uit, met bas, gitaren, zang en andere instrumenten. “We noemen onze muziek zelf ‘vintage exotic rock ’n’ roll’. De basis is rock ’n’ roll zoals die in de 60’s en 70’s gemaakt werd, maar we vinden het tof om dat te combineren met exotische of niet-Westerse muziekstijlen. Dat kan een apart ritme zijn, maar ook een obscuur instrumentje uit Afrika of het Andesgebergte. Dat zijn vaak de sounds die luisteraars niet direct thuis kunnen brengen.”

Houwtje-touwtje

Zoals gezegd komt de bandnaam niet van de wietsoort met dezelfde naam. “Ik was jaren geleden op Bali en daar heb je talloze houtje-touwtje reisbureautjes. Zij adverteren voor de verschillende dagtochten die ze aanbieden op van die zelfgeschilderde uithangbroden. Daarop sprong het woord KOMODO, het eiland met die grote varanen, er altijd enorm voor me uit.”

Ronde klanken

“Er was gewoon iets aan de combinatie van letters dat mijn ogen er naartoe werden getrokken. Ook houd ik van de ronde klanken die het woord aan je mond onttrekt. Ik dacht toen: als ik ooit een rockband met exotische invloeden begin, noem ik het Komodo. Ik had echter toen totaal niet verwacht dat dat goed en wel een jaar later al aan de orde zou zijn.” 

Het grote publiek

“We hebben het grootste gedeelte van de paar jaar die we bestaan redelijk onder de radar gevlogen voor het grote publiek. Maar overal waar we optraden, werden we met open armen ontvangen. We maken voornamelijk muziek om op te dansen en dat gebeurt ook zo goed als altijd. Onze meest recente single Easy Prey gaat overigens momenteel wel erg lekker op Radio 2 en 3FM, dus wie weet wordt Nederland straks nog wat warmer voor vintage exotic rock ’n’ roll.”

Niks te klagen

Als we het na rock ’n roll vervolgens over iets als drugs hebben, zijn daar Massimo en Menno. Massimo woont net zoals broer Gino (die daar een studio heeft) in Heerlen. En in Heerlen - volgens Massimo - “hebben we niks te klagen, dat zit allemaal wel goed!” Net zoals in Utrecht, aldus Menno: “Coffeeshops genoeg daar. Als ik wiet haal ga ik het liefst naar ‘t Grasje, en als ik er een bakkie koffie bij wil is de Culture Boat erg fijn.” Komodo

Eigen kweek

“Maar het is lang geleden dat ik in een shop ben geweest. Ik ben namelijk groot fan van eigen kweek. Het is als het eten van zelf gebakken brood: bijzonder, lekker, en goedkoop. En fijn om niets te maken te hebben met dat achterhaalde gedoogbeleid. Zo hoeft daar helemaal niemand in verre vreemde landen voor in de bak te zitten.”

Guerrillakweken

“Vorige zomer ben ik gaan guerrillakweken: gewoon net buiten de stad een paar planten neerzetten in het openbaar. Ik ben flink wat planten verloren aan slakken en de gemeentelijke maaimachine, maar had toch een redelijke opbrengst. Van het knipafval ben ik boter en olie gaan maken, en daar doe ik nu ook al maanden mee. Het is ongelofelijk hoe vaak je stoned kan worden van zo’n plant, als je haar maar efficiënt gebruikt! Nu bak ik met mijn huisgenoot af en toe koekjes of doe ik een paar druppeltjes olie door de soep. Een klein beetje is al genoeg voor een paar uur heerlijke ontspanning.”

Süchtige smaak

Uiteraard zijn we ondertussen nieuwsgierig geworden naar de voorkeuren van deze kenners. Massimo: “Persoonlijk ben ik een liefhebber van ouderwetse wiet zonder veel poespas. Als ik één soort zou moeten kiezen zou het Kush zijn, want ik rook voornamelijk wiet vanwege de smaak én Kush heeft een - op z’n Heerlens - süchtige smaak.”

Vaporizer

Menno: “Ik gebruik nu een jaartje of vijftien regelmatig cannabis. Vroeger voornamelijk wiet en hasj in joints, later ook in bongs, pijpjes en chillums. Na het stoppen met tabak heb ik een tijdje puur geblowd, maar dat was zo naar voor mijn keel dat ik toch maar heb geïnvesteerd in een goede vaporizer. Eerst de Magic Flight Launchbox maar die vond ik op den duur lastig temperaturen met de losse batterij.”

De Utilian

“Nu gebruik ik al een tijdje, met groot succes, de Utilian. Wat een fantastisch apparaat! Ik kan deze iedereen van harte aanbevelen. Het lijkt in eerste instantie misschien veel geld maar de voordelen zijn gewoon niet te ontkennen. Geen kanker, geen kosten voor tabak, geen verbranding van allerlei heerlijke stofjes, je doet langer met je wiet, makkelijk te gebruiken in het openbaar, etc. etc. etc.”

Een bepaalde flow

Is wiet en hasj nog van invloed op de muziek van Komodo? Massimo: “Ja, ik merk dat wiet soms wel helpt om in een bepaalde flow te komen. Dat is dan vooral chill tijdens het creatieve proces in de studio. Voor de productiviteit is het niet altijd even goed haha…” Menno: “Muziek is een groot deel gaan uitmaken van mijn werkend leven. Ik wil eigenlijk alleen maar stoned zijn als ik verder die dag of avond helemaal niets meer hoef te doen, dus ook niets studeren of repeteren. Ik wil nog wel eens stoned spacen met mijn gitaar en effectenbak maar of dat voor anderen om aan te horen is…”

Geen fuck-ups

Massimo: “Bij het spelen van percussie is het voor mij erg belangrijk om gefocused te zijn, dus ik blow over het algemeen niet voordat ik het podium opga. Na de show is dat een ander verhaal, dan gaan wij gewoon lekker ons ding doen.” Menno: “Jaren geleden drumde ik in een stonerbandje en was skaffa repeteren en optreden deel van het ritueel. Toen ik later professioneel ging spelen was daar natuurlijk geen sprake van; als je betaald wordt kun je het niet maken om stoned of dronken een fuck-up te maken. Daarnaast eis ik van mezelf ook een bepaald niveau, waardoor ik niet onder invloed wil zijn.”

Lekker ontspannen

“Vooral bij Komodo moet ik vaak wisselen van instrument - bouzouki, conga, gitaar, zang, fluit - dus dan wil ik gewoon scherp zijn. Na de show even lekker aan de vape om te ontspannen is natuurlijk vaste prik! Bij mijn andere band ¡Pendejo! speel ik trombone, dat is stoned ook onmogelijk omdat je lippen goed op spanning moeten blijven.’ De muziek van Komodo is beschikbaar op veel streaming platforms. Begin 2019 kwam de cd Komodo uit, februari 2021 de single Zig Zag en in maart was daar het zonnige nummer Easy Prey. www.thebandkomodo.com