‘Politie in onplezierige softdrugs-spagaat'

Jacques Smeets was als politieman getuige van de opkomst van grow- en coffeeshops, en de wietkweek. Vanaf het eerste moment heeft hij het Nederlandse drugsbeleid tegenstrijdig gevonden. ‘Minister Opstelten moet zich openstellen voor legalisering. Dat kan een oplossing zijn om de georganiseerde misdaad buitenspel te zetten.'

Jacques Smeets was als politieman getuige van de opkomst van grow- en coffeeshops, en de wietkweek. Vanaf het eerste moment heeft hij het Nederlandse drugsbeleid tegenstrijdig gevonden. ‘Minister Opstelten moet zich openstellen voor legalisering. Dat kan een oplossing zijn om de georganiseerde misdaad buitenspel te zetten.'

‘Het in beslag nemen van hasj was in de jaren zeventig nog een opmerkelijk feit. Daar werd door ons driftig op gecontroleerd. Het was nog bijzonder als je iemand ermee op heterdaad betrapte, op straat, of in een auto. Voor een paar ons kreeg je nog een schriftelijke dankbetuiging in je dossier van de korpschef. 

Later verschenen in Maastricht growshops, en coffeeshops, waarvan de eersten op woonboten waren gevestigd. Als politiemensen vonden we het toen al vreemd dat er wel gerookt kon worden, maar niets mocht worden aangeleverd. Growshops waren min of meer legaal, maar we moesten wel optreden als er zaadjes of plantjes werden gevonden. We protesteerden daartegen. Hoe kon dat nou? Ik begreep ook niet dat men het bezitten van vijf cannabisplanten gedoogde, maar dat bezitters er tijdens controles wel afstand van moesten doen, om vervolging te kunnen voorkomen. Ik kon dat niet uitleggen. Later kwamen de buitenlanders van alle kanten de grens over voor het product, wat ernstige overlast veroorzaakte. Ik zag toen al dat die natuurlijk minder zou worden, als de handel en verkoop gereguleerd zouden worden.

Maar als politiemensen hadden we geen ruimte op dat gebied. Tegen overtredingen van de opiumwet moeten we wel optreden, dat zijn volgens de wet misdrijven. Het gaat niet om verkeersovertredingen die we door de vingers kunnen zien, of waar we een berisping voor kunnen geven. We hebben er geen zogenaamde ‘discretionaire bevoegdheid’ in. Als politiemensen hebben we een ambtsbelofte afgelegd. We doen ons werk zoals dat heet in ondergeschiktheid van het bevoegd gezag, en volgens de regels van de politiewet. Dat zit ons bij wijze van spreken in de genen.

Persoonlijk had ik wel het idee dat cannabis niet zoveel kwaad kon. Mensen roken sigaretten en drinken alcohol. Hoe is dat anders als het roken van een joint? We zagen natuurlijk wel de uitwassen van het gebruik van middelen, wat kon leiden tot verslaving en gedragsverandering. Maar dat heeft meer met de persoon zelf te maken, dan met het plantje. Toen soft- en harddrugs volgens de wet werden gescheiden, hielden we ons voornamelijk nog bezig met de openlijke harddrugsproblematiek. In de jaren negentig escaleerde dat in Maastricht, compleet met razzia’s op junks die tegen de muur werden gezet. Dit allemaal nadat er in een berucht junkenparkje een vrijstaat was ontstaan, waarbij slachtoffers waren gevallen als gevolg van een overdosis en waarbij het gebruik van geweld toenam. Ook door de komst van de coffeeshops kwam je de wiethandel toen op straat niet veel meer tegen.

Toen er een officieel gedoogbeleid voor softdrugs was ontstaan, in de jaren negentig, zag je dat er een andere wind ging waaien. Het kweken van wietplanten werd veel zakelijker benaderd, door organisaties die er veel geld mee verdienden, en er veel anderen bij betrokken. Ik heb toen als rechercheur heel wat verdachten voorbij zien komen die zich hiermee bezig hielden, maar die ook verslaafd raakten aan softdrugs. We hielden als politie steeds meer grootschalige acties, waarbij plantages werden opgerold. Massa’s zakken met toppen gingen zo de oven in, we zagen de kilo’s voorbijkomen. Terwijl aan de andere kant die illegale kweek ook zo de coffeeshop in ging. We vroegen ons als politie af waartegen we nou aan het optreden waren? Hoewel wij de acties in opdracht moesten uitvoeren, ging het gesprek daar onderling natuurlijk wel over.

Nu zie je dat de politie bezig is de aanpak van hennepplantages wat terug te schroeven, omdat het beleid niet meer te handhaven is, en omdat de politiek en het bestuur andere prioriteiten stellen. Als je ziet wat het oprollen van een wietplantage voor berg papierwerk oplevert? Dat is nodig voor het produceren van de bewijslast voor het illegaal aftappen van stroom en tegen verdachten, terwijl er relatief weinig veroordelingen uit voortkomen. Zelf vind ik dat er niet zo’n groot verschil is tussen tomatenplanten en wietplanten, behalve dat in de eerste verdovende middelen zitten. De cannabisplant is een mooie plant, en ik vind hem ook wel lekker ruiken.  

Misschien is legalisering van cannabis een oplossing om wat aan de georganiseerde misdaad eromheen te doen. Want het zijn toch criminelen die zich ermee bezig houden. Het is de illegaliteit die door hen wordt bezet. Het gaat ook steeds meer alleen om de hennep en de handel erachter, niet meer om heroïne. Er worden opsporingsonderzoeken gedraaid die wel een jaar duren, het gaat over steeds grotere partijen. Als je ziet hoeveel mensen zich met die wiethandel bezighouden, omdat er wat mee te verdienen valt, via het knippen van wiet, of het beschikbaar stellen van ruimte, dat is enorm. Ik kan me voorstellen dat de nood onder burgemeesters hoog is, om wat te doen aan de uitwassen ervan. Het is een kat- en muisspel geworden tussen overheid en exploitanten, dat tot in de rechtszaal wordt uitgespeeld. 

Wat mij betreft moet er een einde worden gemaakt aan de hypocrisie van het gedoogbeleid. Ik heb het gevoel dat als de kweek van cannabis gelegaliseerd zou worden, en er wiet op speciale locaties wordt geproduceerd, de situatie zal verbeteren. Hoewel de criminelen hierna wel weer wat anders zullen vinden om zich mee bezig te houden. Daarover maak ik me geen illusies. Ik vraag me ook af waarom minister Opstelten zo vasthoudt aan de strafbaarstelling, terwijl hij zich open zou moeten stellen voor nieuwe zienswijzen. Zoals die van PvdA-burgemeester Paul Depla van Heerlen, die pleit voor de komst van gemeentelijke kwekerijen. Maar de minister is blijkbaar bang voor gezichtsverlies, hij is onvermurwbaar. Terwijl de politie zich vanwege zijn softdrugsbeleid constant in een spagaat bevindt die niet plezierig is.’

Jacques Smeets schreef een boek over zijn Limburgse jaren als politieman met als titel ‘De Blauwe diender, Kroniek van een politieleven’. ISBN-nummer: 9789491361777, of te bestellen bij Bol.com 

Recente berichten

Over Soft Secrets

Soft Secrets is internationaal de toonaangevende bron voor cannabisteelt, legalisatie, cultuur en entertainment. Ons doel is om mensen met dezelfde interesses te verbinden via relevante en actuele informatie zoals gezondheid, levensstijl en zakelijke kansen rondom de cannabiscultuur.

HEB JE HULP NODIG BIJ EEN DRUGSGERELATEERD PROBLEEM? NEEM ZO SNEL MOGELIJK CONTACT OP MET JE LOKALE HULPLIJN. IN GEVAL VAN ONMIDDELLIJKE LEVENSBEDREIGENDE OMSTANDIGHEDEN, BEL NU 112!

Reageer op dit bericht