Bepaalde cannabisvariëteiten hebben de weg geplaveid voor vele moderne hybridesoorten en veelgerookte toppen. In deze serie duiken we in de oorsprong van zulke wegbereiders en ontdekken waartoe ze hebben geleid.

Bepaalde cannabisvariëteiten hebben de weg geplaveid voor vele moderne hybridesoorten en veelgerookte toppen. In deze serie duiken we in de oorsprong van zulke wegbereiders en ontdekken waartoe ze hebben geleid.

Brede, donkergroene vingerbladen kunnen een aanwijzing zijn dat het om Afghaanse genetica gaat

In 1979 veranderden twee bedrijven het aanzien van de cannabisindustrie voor altijd. Dat deden ze door het stabiliseren van cultivars – landrasvariëteiten die decennia- of zelfs eeuwenlang om verschillende redenen zorgvuldig waren geselecteerd uit inheemse populaties en verder werden gekruist voor persoonlijke en commerciële productie. Sacred Seeds was gevestigd in Californië, de Lowland Seed Company werd in Nederland opgericht; dit waren de eerste twee cannabiszadenbedrijven ter wereld. Sacred Seeds bracht in 1980 Skunk No. 1, Afghani No. 1, Hindu Kush en Original Haze uit, soorten die de grondslag vormen voor de moderne geneticabusiness – bijna alles wat je in die dagen kon kweken of roken bevatte minimaal sporen van deze genetica. Decennialang werden deze vier soorten angstvallig beschermd en verzorgd door de Flying Dutchmen Seedbank onder de namen Skunk #1, Afghanica, Pot of Gold en Original Haze.  

Afghaanse vaders

Skunk #1 is een beroemde pioniersras met een robuuste Afghaanse vader

Indica’s komen oorspronkelijk uit Centraal-Azië en worden gekenmerkt door vergelijkbare  fenotypes maar uiteenlopende genotypes, resulterend in smaken die variëren van zoet en fruitig tot kruidig, aards, hash- of zelfs dennenachtig. De Afghaanse selectie bewees de droom van de indicaliefhebber te zijn. Niet geheel verrassend afkomstig uit Afghanistan, produceerden deze bossige, donkergroene planten lange, dichte cola’s en ongelooflijk brede donkergroene vingerbladen. Het viel sommige kwekers op dat de bladeren groter waren dan hun eigen hoofd – zeker wanneer er buiten werd gekweekt.  

Een voordeel van soorten met Afghaanse landras- of cultivargenetica is dat de gehybridiseerde versies doorgaans zowel binnen als buiten kunnen worden gekweekt. Afghaanse genen zorgen doorgaans voor een kortere bloeitijd wanneer ze worden gecombineerd met sativa- of hazegenetica – in het bijzonder als de vader in de kruising van Afghaanse herkomst is. De opbrengsten nemen toe en de plant zal, net als het Afghaanse fenotype, net iets makkelijker zijn te kweken. Als deze planten echter aan hun lot worden overgelaten, bijvoorbeeld door verwildering of als ze buiten worden gekweekt, kunnen ze meters hoog worden. 

Rebellenwiet

Volgens berichten dreven Amerikaanse troepen tijdens de recente oorlog in Afghanistan enkele opstandelingen in het nauw die zich hadden verstopt middenin een veld van wilde (of wellicht lokaal gekweekte) cannabsiplanten. Het struikgewas van Afghaanse wietplanten was zo dicht, taai en dicht op elkaar staand dat de rebellen onbereikbaar waren in hun ruige schuilplaats. Uiteindelijk kregen de soldaten het bevel kregen witte fosfor te gebruiken om de rebellen uit hun ontoegankelijke schuilplaats te verdrijven, maar ook met het uiterst brandbare spul lukte het amper de taaie Afghaanse cannabisplanten te beschadigen. 

Super Skunk werd teruggekruist om zelfs nog meer Afghaanse genen te introduceren

Afghaanse wiet vertegenwoordigt een deel van de erfgoedgenetica van de indica-familie, die traditioneel uit Afghanistan, India, Pakistan, Nepal, etc afkomstig is. Hun oorsprong in bergachtige gebieden is er de reden van dat dergelijke planten zo extreem donkergroen zijn, met grote brede bladeren, waardoor ze zo weinig mogelijk zonlicht in zoveel mogelijk groeikracht kunnen omzetten. De toppen zijn groot en omvangrijk als gevolg van de dicht op elkaar staande internoden – een evolutionair zelfbeschermingsmechanisme dat planten in staat stelt warm te blijven bij de lage temperaturen die op grote hoogtes heersen. Grote dichte toppen zorgen er ook voor dat de zaden warm en beschermd blijven, en ondersteunen daarmee de overlevingskansen van nieuwe generaties. 

Skunk #1

Indoor kan Afghani-genetica makkelijk worden gemanipuleerd tot kleine bossige planten die eenvoudig onder een schuin dak of in een trapkast passen. Behalve het lichamelijk ontspannende verdovingsgevoel dat deze soorten veroorzaken, is hun zoete hashachtige smaak legendarisch geworden – perfect voor indica-liefhebbers en diegenen die gek zijn op de ouderwetse smaak van Nepalese hash.

Afghanica was een van de weinige raszuivere en stabiele incarnaties van deze genetica, en kwam tot stand door een handgeselecteerde moeder van een Afghaans landras te kruisen met een solide Skunk#1 vader, waarna uit de ca. 10.000 nakomelingen een selectie werd gemaakt om een stabiele variëteit tot stand te brengen. Door een krachtige indica als moederplant te gebruiken, kreeg de beroemde zoete, bijna ‘vettige’ Afghani smaak de kans zich manifesteren, net als de verdovende lichamelijke stonedheid. De Skunk #1 vader zorgde voor een hogere opbrengst en hielp de bloeitijd onder kunstlicht tot zo’n acht weken te beperken. Dichterbij pure Afghani genetica kon niemand komen zonder persoonlijk naar Afghanistan af te reizen!

Skunk #1 wordt vaak beschouwd als de eerste commerciële hybride (hoewel het een raszuivere soort is) en behoort tot die eerste vier werkelijk legendarische variëteiten die niet uit eenvoudige greppelwiet of exotische geperste blokken wiet bestonden – dit betekent dat de zaden ook indoor onder kunstlicht kunnen worden opgekweekt, hetgeen een revolutie betekende voor de kweek- en blowersscene. Colombiaanse en Mexicaanse sativa’s werden zorgvuldig gekruist met een zeer sterke, vitale Afghaanse vader – in feite bevatten de meeste van de originele Flying Dutchman soorten Afghaanse genen, gewoonlijk afkomstig van het mannelijke aandeel van de kruising – wat de bloeitijd bekortte en de opbrengst vergrootte. De sativa-high bleef behouden, maar werd gecombineerd met dat lome, stonede Afghani-effect, en de verbeterde tegelijk de ‘kattenpis’smaak en geur van genoemde sativa’s. De soort werd geselecteerd uit een kas met 20.000 planten, en Skunk #1 was geboren. – dat is ook de reden waarom veel Britten voor alle indoorwiet ten onrechte het woord ‘skunk’ gebruiken. 

Andere opmerkelijke variëteiten met Afghani-genen zijn Super Skunk, die werd teruggekruist met een Afghani vader, de legendarische Flo, AK-47 (Afghaanse Kush), Northern Lights, Twilight en S.A.G.E. (‘Sativa-Afghan Genetic Equilibrium’; Big Sur Holy x Afghan) – om er maar enkele te noemen.

Recente berichten

Over Soft Secrets

Soft Secrets is internationaal de toonaangevende bron voor cannabisteelt, legalisatie, cultuur en entertainment. Ons doel is om mensen met dezelfde interesses te verbinden via relevante en actuele informatie zoals gezondheid, levensstijl en zakelijke kansen rondom de cannabiscultuur.

HEB JE HULP NODIG BIJ EEN DRUGSGERELATEERD PROBLEEM? NEEM ZO SNEL MOGELIJK CONTACT OP MET JE LOKALE HULPLIJN. IN GEVAL VAN ONMIDDELLIJKE LEVENSBEDREIGENDE OMSTANDIGHEDEN, BEL NU 112!

Reageer op dit bericht